RECENSIES


A.M. Hammacher, Utr.Dagbl. 26.10.1926
Voor de Kunst, 17.10 – 7.11.1926: "Schilderijen en tekeningen van J.C.Nachenius en Eduard Verboog".
"Anders is het gesteld met den heer Verboog. Deze is verder op zoek geweest, in bewogener contreien. Hij heeft artistieker bedoelingen en een artistieker gevoeligheid. Maar zijn eigenheid is moeilijk zichtbaar. Hij heeft niet de ijver, niet het geduld en niet de trouw voor het werk van oog en hand. Hij leeft op en naar stemmingen toe. Hij ziet dat een nacht buiten onder de boomen en een lantaarn ontroerend mooi kunnen zijn, hij ziet de stille vloeiing van zacht uitbloeiend maanlicht in een tuinig landschap, hij voelt wat velen van ons vertrouwd is, maar zoo hij den drang heeft van het te zeggen, dan mist hij toch den drang de diepe, de groote, die de vormen scheppen wil om dat eigen gevoelsbezit te beelden. Hij mist, dat andere gevoel voor het onzichtbare gezicht, van het eigen leven; het gevoel dat het leven het eigen zelf voortdurend een eigen aangezicht boetseert. Hij voelt de handen van het leven niet sterk genoeg aan zich arbeiden.
Vandaar de windvaan-achtige aspect van deze collectie; vandaar het niet volhouden, het telkens na-loopen van een andere andermans-uiting, het ieder oogenblik weer iets anders ondernemen en dan een tijdelijk bevredigend effect bereiken. Vandaar de vreemde verscheidenheid in zijn werk, die hier niet innerlijke rijkdom beduidt. Het best naar zijn inzicht lijkt no. 74 (treurbeuk) en het portret van een boer, goed van waarneming, vooral in de turende speurende oogen. Er is in dezen mensch een gevoeligheid, die tot nu toe verzuimde de arbeid te verrichten noodig om die gevoeligheid te instrumenteeren. Er is in zijn werk de onmiskenbare roering van een fijn bewogen gemoed, dat men minder schuw voor beperking en gestrenger zelftucht zou wenschen te zien."

J.H. De Bois, knipsels 1906 – 1940 Hlms Dbl; aanw. in RKD Den Haag.
3-5-1931: "KZOD, werk van leden:
Verboog: "een uiterst serieuze studietekening naar Egyptische beelden en de andere een even serieus, bovendien naar het hart gedaan, portret van zijn moeder."
Id:
15-10-31: N.a.v. 110 jarig bestaan KZOD, jubileumtentoonstelling in Frans Hals:
"Verboog heeft een robuuste scherpe manier van tekenen, waar hij veel mee bereikt; als hij teer wil zijn wordt hij vaag, dat lijkt mij zijn fort niet."
Id:
4.4.1934: KZOD ledententoonstelling in Frans Hals:
"Verboog is in "Het bruggetje" heel goed, klaar en helder en in het portret van "Massa" een beetje onbehouwen maar interessant."
Id.:
10.3.1936: KZOD Voorjaarstentoonstelling in Frans Hals:
"Een tekening van Verboog is goed en zeer expressief van actie".
Id:
8.5.1940: "Haarlemse hedendaagse kunst in het Frans Hals museum":
"Landschap. In deze rubriek moge men ditmaal de schilder Verboog niet voorbijgaan. Zowel zijn grote doek "Dooi langs een stadssingel" als het kleinere "Voorjaar" zijn uit een echt schildersressentiment ontstaan. Het "Voorjaar" is werkelijk zeer goed en aantrekkelijk bovendien: heel zuiver staat alles, het iele bruggetje en wat daaromheen ligt, in de atmosfeer."

H. Moerkerk in Hlms Dbl:
10-10- 46: "Jubileumtentoonstelling KZOD:
"Dan: Verboog bij wie het schetsmatige zelden gestold is tot een meer uitgewerkt geheel maar die het verstaat in zijn "Woonschuit" iets compleets te geven aan de schets, die bijna zijn voortreffelijk zelfportret op de vorige tentoonstelling evenaart".

Over dezelfde tentoonstelling: "L.T." in Nw Hlms Crt 7-10-1946: "J. Roest, evenals Petri en Verboog – toevallig zijn alle onderwerpen met boten – troffen ons om de techniek."

O.B. de Kat in Hlms. Dbl.
6-3-1951: "Collectie Wallbrink - Oud" in Frans Halsmuseum:
"Wij zien er Ch. Roelofs en Verwey en Boot door collega's geconterfeit. Grootens en Van Egmond zo zij zich zelf zagen, evenals de zo begaafde Verboog, die zich tekende met gevoelige hand en innerlijke bewogenheid."

"W." In "De Maasbode" (?)
10-2-1952: Eerste tentoonstelling "De Groep" in "Het Huis Van Looy":
"Verboog is vooral als tekenaar te waarderen".

N.a.v. dezelfde tentoonsteling, in Alg. Handelsblad dd 11-2-1952:
"... een groot aantal tekeningen, waarvan het portret, genummerd 60, door Eduard Verboog, afzonderlijke vermelding verdient." (recensent onbekend).

En C. Doelman in Hlms. Dbl. Dd 16-2-1952:
"In het zaaltje waar Andriessens werk is geëxposeerd, bevinden zich tekeningen van Ed. Verboog, die ons wel verrast hebben, vooral die met de slapende figuur, in houtskool geïnspireerd gedaan. Fraai is de zachte kracht van het materiaal uitgespeeld en de lijn heeft een bewogen expressie en een eigen handschrift. Een spontaan neergezette tekening van een groot en kernachtig doorleefd onderwerp. Elders ziet ge olieverfschilderijen van Verboog, stillevens, die verdienstelijke eigenschappen hebben, maar ons toch te stroef aandoen."

O.B. de Kat in Hlms Dbl.
2-1-54: "Beschouwing over het eigen karakter der schilders uit de Spaarnestad".
"Onlangs voerde ik een gesprek met 'n bekende Haagse kunstschilder naar aanleiding van een gemeenschappelijk bezoek aan de afdeling moderne kunst van het Frans Hals museum. Wat hem zo frappeerde was dat de moderne tendensen, die nu toch al sinds een halve eeuw de schilderkunst in heel de wereld beroeren, aan de poorten van Haarlem halt hadden gehouden."
"Toen ik de tekeningen van "De Groep" van Haarlemse schilders in de "Vleeshal" bekeek, kwam die vraag weer in mij op. Deze "Groep" – hoewel niet uitsluitend uit jongeren bestaand – omvat toch wel de qua richting meest geavanceerde Haarlemse schilders. Inderdaad valt het op dat het "moderne" element ook bij De Groep uitzondering is. Daar moet direct op volgen dat het louter conventionele evenzeer ontbreekt. Ook kan niet beweerd worden dat er niet gezocht wordt naar een eigen plastische vormgeving, of naar het gestalte geven aan sterk persoonlijke ervaringen."
"Ik denk speciaal aan een paar zeer mooie penseelschetjes van Piet van Heerden, maar hetzelfde treft in een landschapje van Eduard Verboog."
"Het zou niet de moeite waard zijn dit allemaal vast te stellen, ware het niet dat deze jongeren een innerlijke vitaliteit vertonen waaraan men niet zonder meer voorbij kan gaan.
Zullen zij zich, bijna uitsluitend steunend op hun natuurlijk talent temidden van een wereld die zoveel vragen oproept, blijvend terzijde kunnen houden? De verrassende manier waarop een begaafd kunstenaar als Verboog dit nu al jaren volbrengt geeft zeker vertrouwen. Is voor de waarlijk begaafden de eigen natuur niet steeds een beslissender factor gebleken dan de verstandelijke ontwikkeling? En is het ook niet zo dat het ware talent een eigen orde schept die de vormgeving bepaalt?"

Id
5–5-54: Expositie van "De Groep" in het Huis Van Looy:
"E. Verboog is zoals gewoonlijk het sterkst in zijn tekeningen. Zijn getekend landschap met de woest-bewogen wolkenlucht heeft dramatische kracht."

H.Prenen in Hlms. Dbl.
8 –6-55: Expositie De Groep in Huis van looy:
"Eduard Verboog is in zijn tekeningen een klasse beter dan in zijn schilderijen. Daarom is het eigenlijk een beetje jammer dat hij zijn inzending ditmaal voornamelijk op de peintuur geconcentreerd heeft. ' In der beschränkung zeigt sich der Meister' en dit gebied ligt bij Verboog vooral in zijn vaak uitnemende tekeningen."

Over dezelfde tentoonstelling V.d.W in "De Maasbode":
"Verboog heeft de blik verruimd in Zuid Frankrijk, hetgeen o.m. resulteerde in een herfstlandschap van uitnemende kwaliteit."

Bob Buys in Hlms. Dbl.
3-8-1957: Tentoonstelling in "Huis Van Looy": "Moderne kunst uit Haarlems gemeentelijk bezit": "Verboogs tekeningen en Verpoortens schilderij passen wel in de traditie, die in Haarlem sterk bleef gelden."

"L.T." in Nwe Hlms Crt.
25-10-1958: Tentoonstelling "De Groep" in "De Vishal":
"Een en ander neemt niet weg dat de collectie werk die in "De Vishal"is uitgehangen reliëf verleent aan het plaatselijk kunstleven. Zonder te willen suggereren dat Haarlem boven zijn artistieke stand leeft, mogen we wel vaststellen dat we meermalen in den lande tentoonstellingen hebben bezichtigd van niet-plaatselijke verenigingen die het niveau slechts bij uitzondering bereikten dat hier volgehouden wordt in meer dan honderd werken.
De tekeningen van Eduard Verboog zijn in hun eenvoud en zonder enige pretentie subliem en van uitzonderlijke kwaliteit; zijn gespannen zelfportret is flitsend van aandacht." (zelfportret bij artikel afgedrukt).

ob Buys in Hlms. Dbl.
13-2-1960: Tentoonstelling t.g.v tienjarig bestaan van de Haarlemse sociëteit "Teisterbant" in "De Vishal".
"Vertegenwoordigd zijn verder Heyboer met een aantal uiteenlopende etsen, Postma met grafiek, Wiesman met een enkel werk, De Roos met een van zijn consciëntieuze tekeningen, Rueter met portretten, Verboog en de beeldhouwers Bronner, Clay en Van Heerden. Ik noemde dan de voor mij meest interessante figuren." "L.T." in De Tijd/Maasbode
27-12-60: "De Groep" in Haarlems Vishal: "Verboog frappeert met een beweeglijke arabesk "José".

Bob Buys in Hlms. Dbl.
2-11-1961: "De Groep" in De Vishal: "E. Verboogs tekeningen lijken mij boeiender dan bij zijn vorige optreden bij "De Groep". Zijn Duinlandschap is mooi!"