Het tweede artikel, ook van de hand van O.B. de Kat, verscheen op 8 december 1953 in Het Vrije Volk in de reeks "Haarlems Palet":

krantenartikel O.B. de Kat Eduard Verboog stemt werk af op grote lijnen in onze cultuur

Mens en natuur tot op de bodem doorgronden is zijn streven

Eduard Verboog heeft met zijn van intense waarneming en liefdevolle afwerking getuigende landschappen en zijn vloeiende portretten, die de sluiers rond de ziel opzijschuiven, zijn sporen als kunstenaar ongetwijfeld ruimschoots verdiend. Je geeft hem zijn drie en zestig jaren niet, deze korte, vierkante man met zijn welige, grijze haardos en zijn sprekend gelaat, waarin de ogen onmiddellijk de aandacht trekken. Ze zijn kennelijk gewend de zwakke plekken te zoeken in het masker, dat ieder mens nu eenmaal draagt en waarachter de werkelijke gevoelens en verlangens worden verborgen

"U vraagt, waarom ik schilder en teken, waarom ik reeds op jeugdige leeftijd de kunst als beroep heb gekozen?" Verboog kijkt ons lichtelijk onthutst aan. Op zo'n vraag is hij niet voorbereid geweest. "Ik kan dat niet onder woorden brengen. Voor mezelf heb ik me er natuurlijk wel rekenschap van gegeven – meer dan eens zelfs – maar ik kan dat niet in een aantal volzinnen vatten. Het is voor mij een kwestie van wereldbeschouwing. Dat voel ik tenminste zo!"

zelfportret Eduard Verboog

"Kunstenaars behoren op de bres te staan voor de beschaving." Hij zegt het wat aarzelend, zonder enige pedanterie. Onze gastheer is geen vlot causeur, die zijn meningen en overtuigingen weet op te dissen in fraaie woorden. Hij onderstreept zijn uitspraken die in eenvoudige, alledaagse zinnen zijn vervat, met veelzeggende gebaren. Soms haalt hij even de schouders op, dan weer schudt hij zijn grijze hoofd. Hij spreekt met de handen.

"Ik ben me bewust van een grote lijn in onze eigen cultuur, dat wil zeggen ik heb daar zo mijn eigen beeld van gevormd en mijn werk tracht ik zoveel mogelijk af te stemmen op dat visioen van mezelf, dat algemeen en toch ook heel erg persoonlijk is."


Mens middelpunt

Verboog tekent veel en hij doet het graag. Hij wil en kan echter niet gebonden zijn. Opdrachten bijvoorbeeld plaatsen hem voor een groot probleem, een onlust, die hij niet kan overwinnen. "Werkelijk vrij is een kunstenaar pas, als hij financieel onafhankelijk is. Als je een opdracht aanvaardt, kan het best zijn dat het je innerlijk tegenstaat. Slechts wat werkelijk sterk boeit en aantrekkingskracht uitoefent, kun je goed herscheppen. Maar ja, wat wil men, je moet leven!" Maakwerk ligt deze kunstenaar niet. "Ik heb wel eens flink wat kunnen verdienen als ik mezelf was gaan kopiëren. Ik heb dat nooit opgebracht. het zou me onpasselijk maken. Ik weiger dat dan ook zonder pardon."

De mens is voor Verboog het belangrijkste, het middelpunt. Als hij portretteert zoekt hij het niet uitsluitend in het gelaat. "Het gaat om het gehele wezen. Dat tracht ik tot op de bodem te doorgronden en dan benader ik het al tekenend of schilderend."

De sloten, de landwegen en de stille laag op de zwarte aarde hurkende boerderijen, de ruisende bomen, de zon en de regen en de mist, dát zijn de objecten die hem aantrekken en die hij met penseel en tekenstift vorm geeft, waarin hij zijn gevoelige ziel kan leggen. "Hoe schoon kan een hofstede zijn, verscholen tussen hoog geboomte of een van onzichtbaar leven trillend polderland overkoepeld door een wijdse hemel vol jagende wolkenflarden!"


Moeilijke strijd

Verboog, die van zijn twintigste jaar af van zijn kunst heeft moeten leven, weet wat armoede is. Hij gaat nog steeds gebukt onder de lasten, die de moeilijke strijd om het bestaan hem oplegt. "Ik ben geen koopman, ik ben kunstenaar. Hoeveel tijd heb ik al verknoeid, doordat ik voor mijn werk kopers moet trachten te vinden." Op dit gebied heeft hij niet veel illusies meer. "Vrijwel geen schilder verkoopt nog iets aan particulieren. De kitsch heeft het van het goede serieuze werk gewonnen."

Hij zegt het zonder verbittering, deze gevoelige man met zijn grote liefde voor klassieke muziek. Hij is gewend aan dat leven met de nimmer aflatende geldelijke zorgen. Even, heel even maar, toont hij dat het hem en zijn vrouw wel eens teveel wordt. "Ik wou er wel eens een zomer uit zijn, naar buiten bijvoorbeeld" zucht hij. Bij de benedenburen dreunt de radio aan één stuk door populaire liedjes. De huizen zijn gehorig in de Zonnesteeg. Verboog verlangt naar de vrije natuur en de zuivere lucht van het platteland.

Eduard Verboog, de Haarlemse kunstschilder, die woont in de Zonnesteeg 3 rd, kan razend snel werken als hij er eenmaal "in" zit. "Ik kan geen weken doen over een werk, het steeds weer ter hand nemen en dan hier weer eens iets bijvijlen en daar iets veranderen. Klaar is klaar."

Hij mist de vrije natuur meer dan hij wil bekennen. Jarenlang bezat hij een boot en daarmee trokken zijn vrouw en hij over de rivieren en kanalen. Ze gingen voor anker waar ze wilden, er was immers plaats genoeg! Dat mist hij nu en hij gaat eronder gebukt.

***