Biografie

1890 - 1924 Leiden en omgeving Eduard Verboog werd op 12 februari 1890 geboren in Zoeterwoude, in een wijk die in 1896 bij Leiden kwam. In 1909 kreeg hij een subsidie om de schilderscursus aan de Haagse academie voor Beeldende Kunst te volgen. Van 1908 tot 1924 had hij contact met Floris Verster. De visie op de kunst die Verboog ontwikkelde is voor een deel te danken aan de invloed van Verster. Gedurende een periode van ongeveer twee jaar was hij leerling van Christoffel van der Windt. In 1913 werd hij lid van de kunstenaarsvereniging "Kunst om de Kunst"; hier leerde hij o.a. J.C. Roelandse, Th. Lohmann en A.Segaar kennen. Bij of via Verster kwam Verboog ook in contact met Albert Verwey, H.P. Bremmer, Richard Roland Holst en Harm Kamerling Onnes. In 1915 trouwde hij met de schilderes Maria de Graaf.

De Visser door Eduard Verboog
De Visser, 1911

Katwijk In 1916 gingen zij in Katwijk wonen. Dit dorp had in die tijd een grote aantrekkingskracht voor kunstenaars.

Het leven veranderde voor hem op slag door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Van 1914 tot 1916 werd hij ingekwartierd in Haarlem en Leiden; hij gaf schilder- en tekenles aan de militairen.

Oegstgeest In 1918 verhuisde Verboog naar Oegstgeest (Dorpsstraat 18); daar bleef hij tot zijn vertrek uit de Leidse regio in 1924.
Regelmatig trok hij, soms met het hele gezin, in een woonwagen, voor kortere of langere tijd naar Brabant (Moergestel) of Walcheren. In Brabant was de schilder Isaak Bedding een goede bekende.

Verboog kon met zijn schilderijen nauwelijks de kost verdienen en het gezin leefde dan ook in grote armoede.
In de crisisjaren kreeg hij een tijdelijke subsidie van of via de Wageningse Hogeschool.
Op aanbeveling van prof. J. Six is het Nederlands Kunst Verbond vanaf begin 1925 overgegaan tot aankoop van werk van Verboog. Als eerste het portret van Floris Verster, dat in maart 1925 in bruikleen werd gegeven aan Museum De Lakenhal in Leiden. Verboog maakte dit bij zijn afscheid van Leiden. ​

Oegstgeest, sloot met scheve boom en koolveld, 1920  door Eduard Verboog Zonsopgang in Moergestel 1922 door Eduard Verboog Portret Floris Verster, 1924
Oegstgeest, sloot met scheve boom en koolveld, 1920 Zonsopgang in Moergestel, 1922 Portret Floris Verster, 1924

1924 - 1928 Gelderse tijd, Bennekom Hij vestigde zich in 1924 met zijn gezin in Bennekom (gemeente Ede), waar hij in het voormalige blindeninstituut van de Prins Alexanderstichting, Huize "Middeneng" aan de Keienbergseweg, op de zolder-verdieping enkele kamers kreeg. De Prins Alexanderstichting behoorde tot de Amsterdamse loge van de vrijmetselaars.

De schilders van de Zuid Veluwe hadden "Pictura Veluvensis" in Renkum als vereniging; ook Eduard Verboog is hier lid van geweest. Collega's uit die tijd waren J.Nachenius, J. Haak (graficus) en Piet Suuring. Van de wetenschappers van de Landbouwhogeschool is vooral de bioloog Henk van der Lek (lector) een goede vriend van Verboog geworden. In juni 1925 zijn zij samen naar Parijs gegaan.

In zijn werk voerde een zeer losse, bijna schetsmatige stijl de boventoon, zie o.m. "Gezicht op Neder-Rijn, 1926", die maar weinig waardering oogstte. Volgens Kees Verwey (interview 1991) verkeerde Verboog eind jaren twintig in een impasse.

1928 - 1932 Haarlem, Spaarndam Een subsidie van een tot dusver onbekend gebleven zakenman en de inzet van R.N. Roland Holst (bron: K. Verwey) brachten hem bij H.F. Boot in Haarlem, die hij in zijn Leidse tijd gekend moet hebben. Op aanwijzing van Boot maakte hij in 1929 een uitvoerige studie van de Egyptische beeldengroep "Maya en Merith" in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Symbolistische aspecten hebben, naar mag worden aangenomen, bij deze keuze een rol gespeeld. Met alleen potlood en zwart krijt is, in groot formaat, een uiterst gedetailleerd en fraai werk ontstaan. Het trok in Haarlem de aandacht en werd diverse malen tentoongesteld (zie verder bij "Symboliek").
De kontakten met Boot zouden nog vele jaren duren.

Eind december 1929 vestigde hij zich met zijn gezin in Spaarndam, aan de Westkolk. Ook Kees Verwey woonde in die dagen in Spaarndam; zij kenden elkaar al van de bezoeken die Verboog in zijn Leidse tijd aan de oom van Kees Verwey, Albert Verwey, bracht.
In het dorp Spaarndam heeft Verboog verschillende adressen gehad, o.a. in de Visschersstraat. Daar werden hij en Kees Verwey elkaars overburen. Verwey heeft daar veel van Verboog's werk gezien. Eduard Verboog raakte ook bevriend met aannemer/kunstschilder uit Heemstede, Jan Rusman.
Van de gemeente Haarlem kreeg hij de opdracht tot het maken van een schilderij van het Proveniershuis, dat hij in 1931 voltooide. Ook dit werk is in groot formaat en bevat veel details, zie voor een beschrijving bij "Symboliek".

Verboog werkte in Spaarndarn, volgens zijn gewoonte, veel buiten: langs de dijk, in het land en in het dorp zelf.
Agatha Vallentgoed ,die in de dorpskern woonde, kwam vaak bij hem kijken; er ontwikkelde zich een verhouding.
In 1933 scheidde hij van Maria de Graaf , die later hertrouwde met Jan Rusman.
Agatha Vallentgoed werd later voor lange tijd zijn partner, zonder dat het tot een huwelijk kwam.

Gezicht op Neder Rijn bij Wageningen,1926 door Eduard Verboog Spaarndam 1930 door Eduard Verboog Boot met hek en landschap, 1935 door Eduard Verboog
Gezicht op Neder Rijn bij Wageningen, 1926 Spaarndam, 1930 Boot met hek en landschap, 1935

1932 - 1986 Haarlem In 1932 verhuisde hij naar Haarlem. Aan het eind van dat jaar kocht hij de boot die een belangrijk deel van zijn leven zou gaan uitmaken, waarschijnlijk van de opbrengst van het schilderij "Proveniershuis". Gedurende ongeveer vijftien jaar zou hij een groot gedeelte van het jaar op deze boot doorbrengen, op de plassen en kanalen van vooral het Zuid-Hollandse poldergebied.

Een favoriete ligplaats was bij het dorp Hoogmade, in de Does vlakbij een boerderij. Ook Bennebroek, Leiderdorp, Warmond en verschillende plaatsen op De Kaag werden aangedaan. Veel schilderijen en tekeningen zijn op of bij deze boot gemaakt. Zo werd ook het kontakt met Jan Roelandse uit Leiderdorp, eveneens een bootbezitter, weer hersteld.

Verboog is in Haarlem nog enkele malen verhuisd voor hij er zijn definitieve plek vond. In april 1941 huurde hij een woning in de Zonnesteeg, op nr 3 rood, een bovenverdieping. Op dit adres heeft hij bijna veertig jaar gewoond.

Verboog door Kees Verwey 1933 Atelier Vinkeveen, 1948 Eduard Verboog Ruïne van Brederode, 1970-1980 door Eduard Verboog
Verboog door Kees Verwey 1933 Atelier Vinkeveen, 1948 Ruïne van Brederode,
Bloemendaal, 1970-1980

In 1948 kwam de vijfentwintigjarige Anton Heyboer in de Zonnesteeg wonen, aan de overkant van het huis van Verboog. Later voegde Josef Santen zich bij hem. In de zomer van 1948 brachten Eduard en Agatha samen met Anton Heyboer en zijn vriendin Els Wijnands een maand door op een boerderij in Vinkeveen, die een kennis van Verboog beschikbaar had gesteld. Van zowel Verboog als van Heyboer zijn enkele werken uit Vinkeveen bekend.
Verboog is in de oorlogstijd geen lid geworden van de Kulturkammer; hij kreeg er na de oorlog een medaille of oorkonde voor.

Vrijwel direct na zijn komst in Haarlem in 1928 werd hij lid van "Kunst zij ons Doel" (KZOD) en bezocht met enige regelmaat de tekenavonden. Ook nam hij deel aan tentoonstellingen van deze vereniging. In 1949 beëindigde bij zijn lidmaatschap van KZOD. In datzelfde jaar werd hij lid van een nieuw gezelschap in Haarlem: de kunstenaarssociëteit Teisterbant. In 1952 nam hij deel aan de oprichting van de "De Groep". Hier waren ook onder meer Mari Andriessen, Otto de Kat, Frans Verpoorten, Poppe Damave, Wim Steijn, Frans Funke, George Robert en later ook Anton Heyboer bij betrokken.
Van de kunst was ook in de jaren veertig en vijftig voor de meeste schilders eigenlijk niet te leven. Verboog kreeg nog wel regelmatig portretopdrachten en kwam ook in aanmerking voor een jaarlijkse bijdrage van het ministerie van CRM ("Eregeld bejaarde kunstenaars"). Enige verlichting kwam er in de jaren vijftig en zestig door deelname aan de contraprestatie-regeling BKR.

Landschap Frankrijk, Mirmande door Kees Verwey 1933 door Eduard Verboog
Landschap Frankrijk, Mirmande

In die jaren genoot hij wel bekendheid in Haarlem; in december 1953 verscheen het artikel over hem in de Haarlemse editie van Het Vrije Volk, waarmee deze web-site begint. In 1954 kreeg Verboog een subsidie om deel te nemen in een programma van Frans - Nederlandse schildersuitwisseling van de Touring club de France en de Nederlandse Reisvereniging. Verboog is in dat kader een maand in Zuid-Frankrijk, de Drôme, geweest. Een tekening uit die periode bevindt zich in het Frans Halsmuseum ("Mirmande, 1954").

Zonnesteeg Haarlem, links achter huis met gevelsteen In 1954 trad Verboog toe tot het in Haarlem gevestigde 'Lectorium Rosicrucianum, of het Moderne Rozenkruis, dat in 1925 in die stad was opgericht. Hier ontmoette hij o.a. weer Anthonie Kok, die hij nog uit zijn Leidse jaren kende.

Zijn laatste werk, "Ruïne van Brederode", heeft heel lang op zijn ezel gestaan. Veel bezoekers uit de periode 1970 - 1980 maakten er melding van.

In mei 1980 kwam er door een ziekte een eind aan zijn verblijf in de Zonnesteeg. Hij verhuisde naar een verzorgingshuis in Bloemendaal. Daar herstelde hij goed, maar van werken kwam niet veel meer. Na een aanrijding tijdens een wandeling, in 1983, moest hij worden opgenomen in een revalidatie-verpleeghuis in Haarlem, waar hij op 23 januari 1986 overleed.

Zonnesteeg Haarlem, links achter huis met gevelsteen


***